PUCKER
|
OORZAAK:GLASVOCHTLOSLATING
Dit is een banaal leeftijdsgebonden fenomeen, dat bestaat uit het progressief krimpen van het glasvocht, zodat die structuur plots (van de ene dag op de andere) loskomt van het netvlies (het vlies dat de binnenzijde van de oogbol bekleed). Bij de bijzienden , waar het oog langer is dan normaal, gebeurt dit sneller dan bij de anderen. Soms kan een slag tegen het oog de uitlokkende oorzaak zijn. Meestal verloopt dit symptoomloos.
Bijna altijd komt de binding los van het netvlies. Uitzonderlijk kan het glasvocht loskomen van de binding. Als dit zich voordoet gebeurt het meestal in het centrum van het netvlies (de “macula”) . Die binding blijft dan zitten thv het netvlies en noemen we een EPIRETINAAL VLIESJE OF PUCKER.
|
VERSCHIJNSELEN
VERSCHIJNSELEN VAN DE PUCKER
Het vliesje geeft meestal wat wazig zicht. Na enige tijd kan dat vliesje ook wat gaan verschrompelen met vervorming als gevolg in het zicht. Ten dele kan de vervorming ook te wijten zijn door zwelling van het netvlies, omdat de omgevende bloedvaten wat kunnen gaan lekken door de vervorming van het netvlies. Bij kijken in het oog zie je glinsteringen op het netvlies en vertrekken van de bloedvaten. Een doorsnede onderzoek van het netvlies met een OCT toont het verdwijnen van het centrale putje in het netvlies (“de foveale depressie”) eventueel gepaard met vervorming en zwelling.
VERSCHIJNSELEN VAN DE GLASVOCHTLOSLATING
Vele mensen worden ongerust wanneer ze plots in hun gezichtsveld enkele vlekjes waarnemen, die schijnbaar in de lucht hangen, en die zich drijvend verplaatsen met de bewegingen van het oog
(“rondvliegende vliegjes” / “zeepbelletjes” / “draadjes”). Ze zijn het best waarneembaar op heldere achtergronden (witte bladzijden, plafond, sneeuw), maar ze verdwijnen in de duisternis. Deze vlekjes worden veroorzaakt door STORENDE GLASVOCHTORGANISATIES (= vroegere bindingen thv het netvlies), die vrij centraal zitten
- De vroegere bindingen hangen soms nog vast aan het netvlies zodat ze tractie uit op het netvlies (gelukkig meestal tijdelijk), wat dan leidt tot typische LICHTFLITSKLACHTEN.
TE VOLGEN
DE GEVOLGEN VAN DE PUCKER: de vervorming wordt best gevolgd op een Amsler-rooster en met OCT
DE GEVOLGEN VAN DE GLASVOCHTLOSLATING: Uitzonderlijk kan door de glasvochtloslating ook andere fenomenen ontstaan (eventueel laattijdig) : KLEINE BLOEDINGEN (groter bij bloedverdunning !) of NETVLIESSCHEUREN ontstaan, wat dan in een tweede tijd tot een netvliesloslating kan leiden. Dit kon op heden bij u niet aangetoond worden. Een controle na 1 maand wordt soms gepland, om met zekerheid ontwikkelde netvliesscheuren uit te sluiten. Die kunnen dan eventueel met laser behandeld worden (vrijwel pijnloos -geen opname nodig) om te voorkomen dat een netvliesloslating zou ontstaan. Dit laatste zou eventueel chirurgisch moeten hersteld worden.
INDIEN DE ZWARTE VLEKKEN EN LICHTFLITSEN BELANGRIJK TOENEMEN, MOET ECHTER EERDER EEN CONSULTATIE AANGEVRAAGD WORDEN. DIT MOET ZEKER GEBEUREN ALS U EEN GORDIJN ZOU ERVAREN VOOR DE OGEN .
Een ontstekingsremmende oogdruppels kunnen voorgeschreven worden in de hoop dat zo sneller resorptie van de bindingen kan bekomen worden (alhoewel dit geen wondermiddel is). Meer moet je echter hopen dat die oude bindingen door de zwaartekracht uitzakken of door vertering meer doorzichtig worden. Dit duurt meestal enkele maanden. Het uitzakken kan echter niet gebeuren als die bindingen nog vasthangen. Zo wordt verklaard dat bepaalde mensen na vele jaren nog altijd die vlekjes zien. Als je lichtflitsen ziet, vermijd je best bruuske bewegingen
TIP: Hoe minder je op de vlekjes let, hoe minder last !!!
DE BEHANDELING
Een vitrectomie kan dit epiretinaal vliesje verwijderen. Gezien het echter toch om een vrij ingrijpende operatie gaat, wachten we tot het zicht verminderd is tot onder de drempel van 4/10 of tot er plots lek-fenomenen opkomen. De patient wordt dan ook een regelmatige follow-up aangeraden (om de drie a vier maanden). Bij toenemende vervorming moet de patient sneller raadplegen.
Het wachten met vitrectomie wordt ook geinspireerd door 3 andere redens:
Er is een kleine kans dat het vliesje dat op het netvlies kleeft spontaan loskomt, met verbetering van de klachten.
Eris een kans dat er een netvliesloslating ontstaan na de ingreep.
Dit betekent dat er nog een extra operatie nodig is, om de netvliesloslating te herstellen.
Het zicht na de operatie blijft suboptimaal . De retinale cellen gaan zich immers nooit spontaan terug perfect herpositioneren, waardoor de vervorming ten dele blijft bestaan. ' We kunnen het netvlies niet platstrijken'. Er moet dus duidelijk gesteld worden dat we het zicht na de operatie moeilijk kunnen voorspellen , doch het is zeker minstens even goed als voor de operatie en hoogstwaarschijnlijk een heel stuk beter, met een progressieve verbetering te verwachten over een 6 tal maand.
We zijn wel sneller geneigd van te opereren als het andere oog ook voortekenen van een pucker vertoont : verdwijnen van het centrale putje thv het netvlies (de “ foveale depressie”) op OCT of het zien van glinsteringen in het centrale deel van het netvlies, wat wijst op een beginnende pucker.
Voor de eventuele vitrectomie wordt meestal gekozen voor algemene anestesie (gezien de minutieuze manipulaties), hoewel een goed co-operatieve patient ook onder injectie-verdoving kan geholpen worden. Anti-stolling zoals aspirine, asaflow of Marcoumar moeten steeds gestopt worden. Best wordt ook het cataract vooraf geopereerd, omdat de lens steeds snel troebel wordt na een vitrectomie. Bovendien kan een cataract-operatie na vitrectomie heel erg moeilijk zijn: er is geen tegendruk meer door het vitreum,
wat maakt dat de lens heel erg diep zakt in het oog, zodat de manipulaties veel dieper moeten gebeuren dan normalerwijze.